Geest beneveld, net als het pad
Huiswaarts zwalkend, eenzaam en zat
In de nevels, daar zag ik haar staan
Zij vroeg mij ten dans in het licht van de maan
Bleke schoonheid, haar blik lokte mij
In haar armen, mijn dood was nabij
Stil verleidend maar niet wat het schijnt
Een dans naar mijn dood, een wals naar mijn eind
Greep verstevigd, mijn angst kwam te laat
Lach verdwenen, ik voelde haar naat
Van vermoeidheid stortte ik neer
De dans werd mijn dood en ik keerde nooit weer